1.2.2.2 Waardencontext

Veel waardendiscussies gaan over de omstandigheden of condities waaronder een bepaalde handeling moet plaatsvinden, de context. Het is van belang die context zo eenduidig mogelijk te omschrijven. 

Hoe doe ik dat?

  1. U verwoordt het probleem in eerste instantie als: "Onder welke omstandigheden is het geoorloofd / geboden / verboden om als persoon A een bepaalde handeling H jegens persoon S te doen of juist te laten?"
  2. U laat alle deelnemers een afspraak maken over A en H en S en over het gewicht dat men hier aan toekent (zie ook 1.1.4.1. Gewicht)
  3. U inventariseert vervolgens de mogelijke condities en voorziet die van volgnummer
  4. U stelt op het bord een lijst op op basis van 'een mate-van-overtuigdheid' en kan per deelnemers worden aangegeven welke condities (al dan niet in combinatie) haar of zijns inziens relevant zijn.