2.2 Complexiteit

Complexiteit verwijst naar begrippen als de mate van begrijpelijkheid en hanteerbaarheid, maar ook naar het integratieniveau van systemen waarop men kan ingrijpen. Theoretisch gaat bij complexiteit om een specifiek soort dynamiek die ieder om een andere handelswijze of praktijk vragen. Snowden onderscheidt daartoe vier soorten dynamiek in systemen die ieder een andere praktijk vergen van de actoren. 

Hoe doe ik dat?

                                

  1. U verdiept zich aan de hand van het begrip kennis in het fenomeen aggregatie
  2. U beseft de complexiteit van communicatie
  3. U verdiept zich in Snowden's model voor praktische toepassing
  4. U realiseert zich dat de mens altijd maar een beperkt deel van het geheel ziet; er is dus altijd sprake van beperkte ratio
  5. U werkt met programma's en scenario's
  6. U verdiept zich een aantal invloedrijke aandachtspunten
  7. U hanteert als methodiek design thinking (zie ELO-Reflectie: Design Thinking)
  8. U weet dat complexiteit verschillend kan uitpakken in termen van fragiliteit, robuustheid en anti-fragiliteit
  9. U beseft dat beperkte rationaliteit in de vorm van 'fouten maken' voordelen kan hebben in termen van creativiteit en/of sociale status (zie Module C).