1.2.3.1 Realistisch

Het is mogelijk om plichtsoordelen een zwaartecijfer te geven, bijv. iets dat echt geboden is krijgt een Gebodswaarde 10 (G10). Het zal duidelijk zijn: van geen enkele handeling is de G-waarde een objectief gegeven, behalve misschien als het om (universele) wetten gaat. Maar verder is er geen houvast. Het gaat ook om plichtsoordelen. Er is dus iemand die een oordeel velt en een oordeel heeft. Persoon A kan tot een andere G-waarde komen dan persoon B bij een en dezelfde handeling onder precies dezelfde condities.
 
Dan verplaatst de puzzel zich dus. Het gaat niet meer om "hoe vind ik die G-waarden? Waar liggen ze klaar?" maar om "hoe kom ik tot G-waarden en wanneer vind ik mijn oordeel juist?" Daarbij zijn in dit kader twee opmerkingen te maken. De eerste is dat de waarde die aan de mate-van-gebodenheid wordt toegekend, mits bereflecteerd en overdacht, een resultante is van argumenten. Bij de waarderingspuzzels gaat het om rechtvaardigingen, argumenten als het om waarden gaat. 
 
In de tweede plaats is het goed om in te zien dat het niet (altijd) zo is dat de beste handeling ook het meest geboden is. Dat lijkt op het eerste gezicht onzinnig maar een voorbeeld zal het verduidelijken. Veronderstel: de arts heeft in de eigen praktijk een patient die momenteel ernstig ziek is. De patient heeft weinig eigen familie of vrienden; het gaat om een eenzame man die vaak ziek is geweest en voor wie de arts eigenlijk de belangrijkste vertrouwenspersoon is. De patient heeft waarschijnlijk niet lang meer te leven en gaat een moeilijke periode tegemoet en een laatste periode in een ziekenhuisbed lijkt hem een regelrechte ramp. De arts heeft een ruim huis en neemt de patient ruimhartig in huis en draagt zorg voor een relatief aangenaam levenseinde met de nodige aandacht en in een persoonlijke sfeer etc.
 
Het zal duidelijk zijn dat dit onder de omstandigheden het beste is wat er kan worden gedaan; zeker door de arts; zeker voor de patient. Het zal ook duidelijk zijn dat dit iets is wat de arts weliswaar MAG doen maar wat de arts zeker niet MOET doen. Kortom, het Beste is niet altijd wat het meest Moet. Vormen van opoffering en dienstbaarheid, binnen de grenzen van het overdrevene, zijn moreel en ook professioneel zeker "goed". Maar ze worden niet als norm gesteld. Wie niet zo ver gaat, die faalt niet.