2.1.3.2 Wereldorientatie

De competentiebeandering veronderstelt een paradigmashift van wereldmodel 1 (modernisme) naar wereldmodel 2 (postmodernisme). In filosofische zin past de competentiebenadering bij wereldmodel II (Argyris) c.q. modus 2 denken (Gibbons). 
 
Argyris maakt onderscheid tussen wereldmodel I (moderne denken) en wereldmodel II (postmoderne denken). Deze twee wereldmodellen staan niet tegenover elkaar, maar zijn complementair (Argyris & Schön, 1974; Argyris, 1996: 182 – 185). Wereldmodel I kenmerkt zich door het gebruik van dichotomieën (of …of), wereldmodel II gaat uit van combinaties (en…en). 
 
Wereldmodel I (modern) en wereldmodel II (postmodern)                                            
  1. (wereld)model I (Argryis):

    homo clausus, homo economicus, autonome mens

    (wereldmodel) II (Argyris)

    competentie, de actor als probleemoplosser

    Het individu stelt doelen vast, ontwerpt en beheerst de wereld op een éénzijdige manier.

    Zorgt voor maximale winst en minimaal verlies.

    Beschermt zichzelf, treedt defensief op, geeft anderen de schuld, onderdrukt gevoelens, intellectualiseert

    Is rationeel: houdt informatie achter, censureert informatie en gedrag, voert privé-besprekingen

    Is zelfsluitend, biedt weinig hulp aan anderen, wantrouwend, risicovermijdend,

    conformistisch, diplomatiek, gaat uit van onderlinge concurrentie

    Heeft geringe keuzevrijheid

    Maakt gebruik van valide informatie

    Ontwerpt omgevingen waarin betrokkenen zichzelf (echt, authentiek)  kunnen zijn

    Vergroting van keuzemogelijkheden

    Interne betrokkenheid, voortdurende bewaking van implementatie daarvan

    Taken worden gezamenlijk beheerst

    Bescherming is een gezamenlijke, bilaterale activiteit

     

    Spreekt in rechtstreeks waarneembare categorieën, benoemt gedrag

    Vermindert inconsistentie en incongruentie

     

    De effectiviteit van probleemoplossing en besluitvorming is groot, toegenomen

    effectiviteit op lange termijn

    Bron: naar Argyris


    Wereldoriëntaties; 
    De overgang van wereldmodel I naar wereldmodel II is herkenbaar in het model van wereld -oriëntaties van Van Dinten en in de U-theorie van Scharmer. 
    Van Dinten maakt een onderscheid tussen de Interne Oriëntatie in Absolute Zin, de Interne Oriëntatie in Rationele Zin, de Externe Oriëntatie in Sociale Zin en de Externe Oriëntatie in Volledige Zin. De U-theorie van Scharmer valt goed te verbinden met de indeling van Van Dinten. Het ontwikkelingsproces verloopt van downloaden (IOAZ) naar discussie/debat (IORZ) en vervolgens wordt onder in de U de omslag gemaakt naar dialoog en naar het ontwikkelen van een prototype. Ook het model van vier veranderingsstrategieën (macht-dwang, empirisch-rationeel, normatief- re-educatief /interactief en facilitair) past in dit schema (Bennis, Benne & Chin, Mintzberg). Van de Wiel past de vier kwadranten toe bij zijn model van conflicthantering: Noord, West, Zuid, Oost. 
  2. In schema
  3. Wereldmodel I (Argyris): enkelslag leren

     

     

    Moderne maatschappij

    Mechanisch

    Veranderen als georganiseerde reis

    Focus op IQ

    Wereldmodel II (Argyris) dubbelslag en drieslag leren

     

    Postmoderne maatschappij

    Organisch

    Veranderen als trektocht, iteratief proces

    EQ en IQ

    IOAZ

    Macht-dwang

    Downloaden

     

    ‘Noorderwind’

    EOVZ

    Facilitaire veranderingsstrategie

    Prototype

    IORZ

    Empirisch-rationeel

    Debat, discussie

     

    Westen

    EOSZ

    Interactief

    Dialoog

     

    Zuiden