2.1.1.2 Ondersteuning

Ondersteuning betekent dat men iets dat men een warm hart toedraagt een handje helpt. De MCG verdient dit steuntje in de rug omdat :   

  1. De competentiebenadering speelt in de 21ste eeuw zowel in het bedrijfsleven als in de dienstverlenende sector een belangrijke rol op het gebied van personeelsbeleid en organisatieontwikkeling. Competentie is het sleutelwoord op het gebied van personeelsbeleid (Human Resources Development).
  2. Veel bedrijven, onderwijsinstellingen en zorginstellingen experimenteren met competentiegericht werken en leren.
  3. Kenniswerk in de postmoderne samenleving; de competentiebenadering sluit aan bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Het gaat om ingrijpende demografische, economische, sociale, technologische, ecologische en politieke veranderingen (DESTEP). In de laatmoderne, postindustriële kennismaatschappij bestaat een toenemende vraag naar kenniswerkers. Kenniswerkers nemen de plaats in van routineprofessionals. Een kenniswerker is in staat om complexe problemen op een inventieve of creatieve wijze op te lossen en maakt gebruik van verschillende heuristieken. Vanuit economische en maatschappelijke overwegingen is sprake van een ‘sense of urgency’. Er bestaat behoefte aan een uitgewerkt model, dat gebruikt kan worden om de competenties van kenniswerkers in kaart te brengen.
  4. Flexibele organisatie; de professionele bureaucratie (Mintzberg) biedt professionals onvoldoende mogelijkheden om zich te ontwikkelen tot kenniswerker. De omgeving van een professionele bureaucratie is complex en relatief statisch. Kenniswerkers functioneren in een omgeving, die complex en dynamisch is. Voor kenniswerk is een passende, organische organisatorische context nodig in de vorm van een flexibele organisatie. Deze kan eventueel ingebed zijn in een professionele bureaucratie. Flexibele organisaties worden omschreven als: adhocratie (Mintzberg), kennisintensieve organisatie (Weggeman), Community of Practice (Wenger), lerende organisatie (Senge), levende organisatie (Bekman), virtuele organisatie en ‘hoogst betrouwbare organisatie’ (Weick).
  5. Human Resources Development; bij HRD wordt de verbinding gelegd tussen de individuele competentie van medewerkers, de kerncompetentie van de organisatie en HRD-programma’s als motor van verandering. Bij HRD ligt het primaat bij de professional, die in staat is zijn eigen ontwikkeling te sturen en te managen. Dit in tegenstelling tot de HRM-benadering, die ontwikkeld is vanuit het perspectief en belang van het management. HRM instrumenten zijn werving en selectie, personeelsevaluatie (voortgangsgesprek, functioneringsgesprek, beoordelingsgesprek), beloning, deskundigheidsbevordering en employability.
  6. De deelnemers aan een HRD-programma zijn professionals,  die zichzelf sturen en permanent leren. Voor de ontwikkeling van persoonlijk, contextueel leiderschap biedt de competentiebenadering houvast (Roozendaal). De aanpak richt zich in eerste instantie op de doelgroep van hoger opgeleiden, die de omslag maken van routineprofessional naar innovatie- of improvisatieprofessional (Weggeman). Van een  innovatieprofessional worden andere competenties verwacht.  Naast vakinhoudelijke, technisch-methodische en organisatorische expertise wordt veel belang gehecht kennisuitwisseling, innovatie en aan de vormgeving van persoonlijke, sociale en interculturele bekwaamheden. Uitgangspunt is een brede rationaliteit (Habermas).
  7. Kenniswerk; de postmoderne maatschappij is een kennismaatschappij (Drucker). Kenniswerkers zijn inventieve en creatieve probleemoplossers. Kenniswerk biedt professionals een nieuw perspectief. Hoger opgeleiden worden traditioneel opgeleid voor een specifiek beroep of functie. De nadruk ligt op het oplossen van goed afgebakende problemen, waarvoor gestandaardiseerde oplossingen en routines beschikbaar zijn.
  8. Doorgaans zijn professionals vanuit hun opleiding niet vertrouwd geraakt met kenniswerk. In het licht van veranderende maatschappelijke omstandigheden is het voor kenniswerkers is het nuttig, zinvol en noodzakelijk om de eigen competentie in kaart te brengen. In de postmoderne maatschappij dienen professionals hun persoonlijke toegevoegde waarde inzichtelijk te maken. Kenniswerkers zijn in staat complexe problemen op te lossen. Zij werken in een dynamische, complexe en contingente omgeving.
  9. Kenniswerkers zoeken inventieve en creatieve oplossingen voor problemen. Kenniswerk vereist een passende, flexibele organisatorische context om optimaal te functioneren. Kenniswerkers sturen zichzelf en elkaar.

Maatschappelijke ontwikkeling: op weg naar de kennismaatschappij, in schema

Industriële maatschappij

Kennis- en informatiemaatschappij

Wereld is onveranderlijk

Evolutie

Universele kennis, universele wetten

Kennis is een constructie, persoons en contextgebonden. Een theorie is een representatie en bestaat uit een aantal dimensies en een netwerk van begrippen

Sociologie: functionalisme

Pragmatisme, symbolisch interactionisme

Communicatie: zender - ontvanger

Communicatie: auteur – tekst/ verhaal  – lezer