3.4.1 Casus

'Een vrouw lijdt aan kanker en zal onherroepelijk sterven indien zij een bepaald geneesmiddel niet toegediend krijgt. De apotheker vraagt aan haar man een bedrag van 2000 dollar voor dit geneesmiddel. Deze prijs is tien keer zo hoog als de kostprijs. De man probeert geld te lenen maar kan maar de helft van het geld bij elkaar krijgen. Hij vroeg de apotheker hem het geneesmiddel voor duizend dollar te verkopen, of nu de duizend dollar aan te nemen terwijl hij de rest later zou betalen. De apotheker weigert dit. Uiteindelijk breekt de man ten einde raad bij de apotheker in om het geneesmiddel te stelen. Mag de man dit doen? Waarom wel/niet?'
 
Antwoorden die passen bij het preconventionele stadium:
Antwoorden die passen bij het conventionele stadium:
 
Antwoorden die passen bij het postconventionele stadium:
Toelichting 
Volgens Kohlberg past het preconventionel stadium van morele ontwikkeling bij de fase van het concreet operationele denken en het conventionele en postconventionele stadium bij de fase van het formeel operationele denken. Volgens andere onderzoekers is het formele denken alleen voorwaarde voor het postconventionele niveau van morele ontwikkeling. Het cognitief ontwikkelingsniveau fungeert hierbij als noodzakelijke voorwaarde voor de onderliggende redeneringen in het betreffende morele stadium. Als prikkel voor de overgang naar een hoger stadium van morele ontwikkeling kunnen volgens Kohlberg morele conflicten dienen. Neem bijvoorbeeld de volgende situatie: 'Jantje zit in de tuin van boer Bert en vindt tussen de struiken een mooie duif, gevangen in een net en bijna dood van uitputting. De duif kan ieder moment sterven. Doet Jantje er goed aan om in de schuur van boer Bert, die niet thuis is, wat graan te halen om het aan de duif te geven? Boer Bert heeft Jantje verboden de schuur binnen te gaan.' Dit probleem zou geschikt zijn om aan een groep kinderen op de basisschool voor te leggen. Mark zou dan kunnen zeggen: "Jantje mag het graan niet uit de schuur halen, want dan is hij ongehoorzaam en zal worden gestraft." Jeroen zegt: "Jantje mag wel het graan halen, boer Bert zal begrijpen dat hij het goed bedoelt omdat hij het leven van de duif wil redden". Hierdoor komt Mark in conflict: hij ervaart een tegenstelling tussen zijn eigen standpunt (dat past bij stadium 1) en het standpunt van Jeroen, dat past bij stadium 2. Deze tegenstellingservaring kan voor Mark een uitdaging betekenen tot ontwikkeling naar een hoger niveau om de discrepantie op te lossen. De meest optimale situatie hierbij is wanneer het kind geconfronteerd wordt met motiveringen die juist boven het eigen stadium liggen. Op deze manier kunnen morele conflicten bij kinderen maar ook bij volwassenen de overgang naar een hoger stadium van morele ontwikkeling bevorderen.
 
De volgorde van de stadia van de morele ontwikkeling ligt vast, maar volgens Kohlberg bereikt lang niet iedereen het hoogste niveau van morele ontwikkeling. Ook komt uit later onderzoek naar voren dat mensen wellicht op verschillende morele niveaus kunnen opereren, afhankelijk van de situatie waarin ze zich bevinden. Zo kunnen mensen wat betreft de toepassing van de doodstraf heel duidelijke eigen ethische principes hebben, en hiermee op niveau 3 van de morele ontwikkeling functioneren. Maar misschien dat diezelfde mensen zich bij het bepalen van hun snelheid in de auto of het bij invullen van hun belastingformulier puur laten leiden door de kans op een bekeuring of de 'pakkans' bij de belasting. Hiermee functioneren ze in deze situaties op niveau 1 van de morele ontwikkeling.