Cultuur

Het begrip cultuur wordt in verschillende verwante betekenissen gebruikt. In brede zin wordt het gebruikt voor 'alles wat door de samenleving wordt voortgebracht'. 'Cultuur' wordt dan vaak tegenover 'natuur' gesteld. In engere zin wordt het woord gebruikt voor kunstuitingen of voor kunst en wetenschap, inclusief literatuur, architectuur, etc. 

Aan cultuur onderscheidt men de volgende aspecten:
1. collective world view; elke cultuur maakt zijn eigen keuzen in de omgang met de kerndimensies van het leven die het kader vormen voor individuele betekenisverlening aan de werkelijkheid. Tegenwoordig zijn er geen allesomvattende stromingen meer, maar is sprake van een bont palet op de volgende dimensies (zie Hofstede):
a. sociale identiteit; deze dimensie geeft de mate van onderlinge betrokkenheid aan die beweegt tussen individualisme (iedereen zorgt voor zichzelf in optimale vrijheid) en collectivisme (de groep draagt zorg voor het individu in ruil voor loyaliteit). Hoe armer, hoe meer noodzaak tot collectivisme; hoe rijker des te meer hang naar individuele vrijheid.
b. hiërarchie; de verdeling van de macht. Bij geringe machtsverschillen veel overleg; bij grote verschillen dictatoriale verhoudingen.
c. gender; de rolverdeling tussen mannen en vrouwen, vooral in termen van masculiene (agressie, assertiviteit) en feminiene (bescheiden, zorgzaam) waarden.Hoe harder de maatschappij, des te ongelijker de rolverdeling.
d. waarheid; onzekerheidsvermijding heft betrekking op angst of tolerantie jegens het onbekende, onvoorspelbaarheid of ambivalentie. Hoe meer angst, des te meer regels, taboes en emotionaliteit (impulsiviteit).
e. deugd; keuze tussen korte en lange termijn, tussen persoonlijk en collectief. 

zie ook samenhangend schema

2. levensbeschouwelijke institutie; de gebruikelijke instituten (zoals kerken, politieke stromingen) die het gedachtegoed verzorgen; vandaag de dag is sprake van een achteruitgang in de westerse wereld van instituten, maar neemt in kleine groepen de hang naar institutionalisering toe (verg. fundamentalisme);
3. traditie;
4. multi-levensbeschouwelijkheid.