1.7.3.2.3.1 Meta-ordenen

Men kan organiseren, wat op zichzelf een manier van ordenen is, ook weer ordenen en wel in zogenaamde wereldbeelden (Argyris). In die zin is sprake van meta-ordening.

Hoe doe ik dat?

  1. U werkt vanuit Wereldmodel I, waarbij u er van uitgaat dat de wereld relatief simpel en eenduidig is en dat organisaties dus maakbaar zijn. Sterker nog, organiseren is vooral het ontwerpen van een structuur en het primaat ligt bij het primaire proces. U beeldt de organisatie af als een functioneel bouwwerk. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden per functie vastgesteld. Communicatie bestaat uit informatieoverdracht. Redundantie ontstaat door herhaling en bevestiging van de boodschap van het management. Het klassieke overheidsbeleid gaat uit van eenzijdige sturing en lineaire verandering. Grootschalige, complexe overheidsprojecten (Betuwelijn, verbouwing Rijksmuseum, EPD etc.) blijken in werkelijkheid echter vrijwel altijd onbestuurbaar te zijn. Besturen is afhankelijk van het perspectief. Een verandering wordt door de top van de organisatie vanuit een blauwdrukmodel gezien als beheersbaar, maar op de werkvloer gepercipieerd als chaos. Wereldmodel I gaat uit van een gesloten systeem, bestaande uit onafhankelijke, losse, atomistische elementen (deeltjes). Het geheel bestaat uit de som der delen. 
  2. U werkt vanuit Wereldmodel II, waarbij u er, op basis van de spel- en chaostheorie van uitgaat dat de werkelijkheid vol met dilemma's zit die onoplosbaar zijn in klassieke (beheersmatige) zin. De oplossing voor dergelijke dilemma’s bestaat uit het streven naar win-win situaties d.m.v. slim en creatief samenwerken (co-creatie). Dit samenwerken vereist wel spelregels oftewel kalibrering. Regels zijn normen, die het mogelijk maken voortdurend bij te sturen door middel van positieve en negatieve feedback ten opzichte van de bestaande normen of regels.  Permanente bijsturing is nodig omdat er altijd sprake is van verschillen, bias, ruis en storingen. Informatie is nooit volledig helder en transparant, maar vatbaar voor interpretatieverschillen. In een zelfscheppend systeem zijn actoren in staat om hun interacties voortdurend op elkaar af te stemmen, zoals voetgangers in een drukke winkelstraat. Een open systeem bestaat uit elementen, die elkaar wederzijds beïnvloeden (interdependentie), zoals een planetenstelsel waarbij sprake is van aantrekking en afstoting. Bij open systemen zijn twee varianten denkbaar. Door gebruik te maken van cybernetica is integratie mogelijk. Daarnaast zijn sommige open systemen chaotisch en worden beïnvloed door vreemde aantrekkers (attractoren). In dat geval ontstaat een complex en onoplosbaar probleem en integratie is niet mogelijk. Een voorbeeld is het ontstaan van draaikolken of onbeheersbare processen. Chaotische systemen dreigen op hol te slaan en zijn onbeheersbaar. Dit zijn dissipatieve, verkwistende structuren. Uiteindelijk ontstaat balans dankzij zelfordening.
 
 Meeer weten? Zie ook: 2.6 Wereldorientaties van Van Dinten