1.7.3.2.3.3 Veldonderzoek

Veldonderzoek verwijst in de adviespraktijk naar het uitgebreid toepassen van de empirische cyclus.
 
Hoe doe ik dat?
  1. U werkt als onderzoeker zelf emergent, u combineert onderzoeksmethoden tot inventieve of creatieve instrumenten
  2. U beseft dat kennis emergent ontstaat door alternatieve oplossingen te confronteren en deze te combineren. Oplossingen voor complexe problemen bestaan uit nieuwe combinaties
  3. U maakt gebruik van patroonherkenning (isomorfie, fractalen, om potentieel succesen te onderkennen en controleert m.b.v. methodologische triangulatie
  4. U herkent een succes onder andere aan de mate van synergie die in het spel is. Nieuwe concepten ontstaan emergent als immateriële artefacten en produceren daarbij synergie 
  5. U gaat tewerk als ‘reflective practitioner’ d.w.z. u pendelt heen en weer tussen de rollen van adviseur en onderzoeker om zo interpreterend onderzoek te doen
  6. U reflecteert als onderzoeker op de adviespraktijk en brengt regelmatig verslag uit van uw overwegingen (deliberaties)
  7. U gaat als adviseur een tijdelijke relatie aan met de organisatie (cliënt- systeem) met als doel om zichzelf overbodig te maken
  8. U geeft uw reflectieve bevindingen weergegeven in de vorm van boxen en zijlijnen, waarin u vooral de conflicterende krachten, dilemma’s en belangentegenstellingen zo helder mogelijk schetst
  9. U beseft steeds dat het doel is om samen de toekomst vorm te geven en door goed te organiseren synergie te bewerkstelligen
  10. De praktische methodiek bestaat uit een aantal stappen of fasen: