1.3.2.3.6 Casus

Casus congres.
De auteur (B. van Limburg) wordt uitgenodigd om een Engelstalige presentatie te verzorgen over de complexiteitstheorie. Zijn paper is te uitgebreid om te behandelen (vergt minstens 3 uur uitleg) en de spreektijd te kort. Keer op keer wordt hij bij de voorbereiding gestoord. Dit leidt tot onzekerheid. Hij besluit om geen verhandeling te houden, maar om zijn complexe probleem aan het publiek voor te leggen. Deze oplossing komt onverwacht en werkt ontregelend. Een klassiek georganiseerd congres bestaat uit een reeks presentaties. Er vindt geen vervolg of follow-up plaats. 
 
Casus Hoogovens.
Bij de Hoogovens werken 36 verkopers, die internationaal opereren. De verkoopresultaten vallen tegen. De verkopers zien als oplossing dat er extra verkopers worden benoemd. De verkopers zitten op een dood spoor. De adviseur ontregelt de organisatie. Meer van het zelfde werkt volgens de adviseur niet. De verkopers zitten op een dood spoor. Het zijn feitelijk technici, die volgens de adviseur weinig verstand hebben van sales en marketing. De huidige verkopers zijn incompetent. Zijn harde diagnose roept veel weerstand op. Na verloop van tijd neemt een kleine groep zijn diagnose serieus. Voor verkoop zijn andere competenties nodig. Dit nieuwe inzicht leidt tot een andere vorm van werken op internationaal niveau, waarbij in het vervolg meer gebruik wordt gemaakt van ICT en van verkopers met passende competenties. 
De reorganisatie bij Hoogovens werd georganiseerd op het hoogste niveau van de hiërarchie in de vorm van een blauwdruk. Reorganisatie wordt opgevat als een voorspelbare en beheersbare activiteit. Als reactie hierop volgt weerstand op het lagere niveau van de organisatie. Alternatief gedrag wordt door innovatieve technici c.q. verkopers zelf ontwikkeld. Zij dragen zelf de oplossing aan en bedenken verbeteringen. Spanningen, conflicten en competitie leiden tot herziening van waarden en tot een doorbraak van de bestaande arbeidsverhoudingen. 
 
Casus kathedralen
Aan het eind van de Middeleeuwen worden in een periode van circa 150 jaar op grote schaal kathedralen gebouwd. Dit is een nieuwe techniek en de vorm is innovatief (spitsbogen). In plaats van door de Middeleeuwse gilden wordt de bouw uitgevoerd door rondtrekkende vaklieden. Oorspronkelijk waren dit boeren, die zich hebben omgeschoold tot vaklieden. Het verstarde Middeleeuwse gildesysteem wordt daarmee radicaal doorbroken. Deze flexibel inzetbare vaklieden ontwikkelen nieuwe bouwtechnieken, dus andere competenties. Er vormt zich een nieuw stelsel, een ander bouwwezen ter vervanging van het gildesysteem. Op politiek en maatschappelijk gebied ontstaat een doorbraak. De invloed van lokale bisschoppen en regionale adel neemt toe ten koste van de paus en van de keizer. De bouwkundige innovatie bestaat uit het ontwerpen van zuilen en spitsbogen. Er ontstaan hoge kathedralen met veel licht als contrast met de Romaanse kerkbouw. Op de eerste bouwgolf van kathedralen, die circa 150 jaar duurt, volgt een tweede golf die ongeveerd 80 jaar in beslag neemt. De eerste bouwgolf gaat gepaard met ongelukken en instortingen. Tijdens deze tweede golf neemt de competitie toe. Er worden kleinere kathedralen gebruikt, waarbij geleerd is van de bouwperikelen en fouten uit de eerste periode.