2.1.1.1.1.4 Adam Smith

Adam Smith's gedachtegoed: 

  1. gaat over het welbevinden van mensen
  2. is uitwerking van een morele filosofie, niet bedoeld als economische theorie
  3. economisch handelen vereist een stabiele maatschappelijke structuur met goedwerkende instituties
  4. Goederen hebben primair gebruikswaarde, omdat zij nuttig zijn
  5. Dankzij handel en industrie leren mensen nieuwe kennis en vaardigheden
  6. Dat vraagt om een vrije markt met goed functionerende maatschappelijke instellingen
  7. Vanaf de 18de eeuw wordt de theorie van Adam Smith verbonden met de opkomende mechanisatie en industrialisatie in een kapitalistische maatschappij. Economie richt zich op het technologische kennis, die gebruikt wordt om materiele welvaart te vergroten door gebruik te maken van de productiemiddelen natuur, kapitaal en arbeid.