2.2.3.1.6 Omdenken

Sturing van en in complexe systemen focust op patronen, interacties die zichzelf versterken, circulaire dynamiek en de mogelijkheid tot emergentie. De nieuwe patronen die hieruit voorkomen zijn weliswaar niet exact voorspelbaar, maar waarvan wel met zekerheid te stellen is dat ze opkomen. Complexiteit gaat nooit over volledige zekerheid, eerder over de zekerheid van onzekerheid en de garantie op nu nog niet te voorziene dynamiek. Dat biedt vervolgens houvast voor gerichte strategie, zij het een andere als de gangbare planning en control-aanpak.

Hoe doe ik dat?  

  1. U maakt beleid dat zich kan aanpassen aan de dynamiek die zich in het complexe systeem werkelijk voltrekt, in de vorm van adaptieve strategie
  2. U beseft dat het huidige systeem wellicht in evenwicht is, maar dat het altijd de vraag of dat evenwicht past bij de huidige en toekomstige problematiek, of dat het vooral een stolling is van het netwerk rond het vorige probleem
  3. U maakt maximaal gebruik van de kracht van bestaande institutionele mechanismen, maar daarbij hoort vanzelfsprekend ook altijd de vraag of die institutionele mechanismen passen bij het vraagstuk in kwestie
  4. U houdt rekening met emergentie: niet door deze te voorspellen, maar veranderingen snel te signaleren en deze te duiden op hun mogelijke gevolgen voor het beleid.