2.2.1.1 Design Thinking

Design Thinking (DT) is zowel een mind set als een methodiek.

 

Als experimenteren het nieuwe plannen is, rijst vanuit het traditionele denken haast onmiddellijk de paradoxale vraag: hoe dit experimenten in de praktijk (in) te plannen? Aangezien het een paradoxale vraag is, kan alleen een ambigue antwoord uitkomst bieden. In dit kader is dat een combinatie van gericht werken aan lange termijn doelstellingen en het voortdurend leren en bijstellen van beleid op korte termijn. In gewone mensen termen: de brug bouwen terwijl je er overheen loopt. In professionele zin gaat het om strategisch incrementalisme: via strategisch (lange termijn) beleid gericht op experimenteren en leren met behulp van kleine stappen grote doelen realiseren. De methodiek daarbij hoort staat bekend als Design Thinking en kan worden gezien als de vormgeving aan Snowden’s trias ‘Experimenteren-Reflecteren-Reageren in afstemming’. Aangezien die vormgeving afwijkt van de gangbare praktijk staan we hier stil bij een aantal aandachtspunten zoals: 

1.     Speelse structuur?

2.     Gelaagdheid: multi-level DT  

3.     Diversiteit in (Canmeds)rollen

 

5.1 Speelse structuur?

Door enerzijds gericht en al experimenterend op zoek te gaan naar (systeem)innovatie en anderzijds te accepteren dat de uitkomsten daarvan onvoorspelbaar zijn, ontstaat een speelse werkwijze die nauw verwant is aan de werkwijze van beeldend kunstenaars. Design Thinking combineert een ‘gestructureerde’ aanpak van een methodiek met de speelse veelzijdigheid van creativiteit. Deze veelzijdigheid komt ook tot uiting in de visuele weergaven van DT. Waar Harvard kiest voor een heldere fasering, 

 

                            Beschrijving: Macintosh HD:Users:harryvandewiel:Desktop:design.thinking.jpg

benadrukt Joore het fenomenologische aspect

 

                            Beschrijving: Macintosh HD:Users:harryvandewiel:Desktop:Joore:Joore.1-4.jpg

 

 

en anderen weer meer speelse en chaotische kant

 

                          Beschrijving: Macintosh HD:Users:harryvandewiel:Desktop:design.verwarring.jp2

 

 

Centraal staat de combinatie van gedrevenheid in een bepaalde richting, een oplossingsgerichte aanpak die toewerkt naar een toekomstige of gewenste conditie, met het bewust gebruik maken van omwegen: abductie. Een kunstenaar werkt wel gedreven, maar gaat niet uit van efficientie of doelmatigheid. Hij of zij stelt zich ontvankelijk op en laat het complexe vraagstuk, hoe iets vorm te geven, op zich inwerken. Of men neemt bewust niet de koninklijke weg. Als men probleem awil oplossen, versterkt men het contact, door over een gemeenschappelijke bof cte beginnen en pas later op aterug te komen. DT richt zich op het ontwikkelen van opties, alternatieven en scenario’s. Een creatieve inventieve oplossing ontstaat door reframing, tegenwoordig ook wel ‘omdenken’ genoemd. 

                                       

5.2 Gelaagdheid: multi-level DT

Joore bepleit bij Design Thinking zoveel mogelijk organisatorische niveaus in acht te nemen. Dit voorkomt dat  goede initiatieven op bijv. uitvoerend niveau stranden op beleidsniveau en visa versa. Ieder niveau kan namelijk voor de andere niveaus fungeren als filter of barrière uit het Zwitserse kaas-model. Omgekeerd kan men vaak tot een oplossing komen door zaken in een ander kader te plaatsen, door de oplossing te zoeken op een hoger of lager systeemniveau. 

 

 

 

 

         Beschrijving: Schermafbeelding 2013-09-27 om 17.26.54.png  

 

5.3 Diversiteit aan rollen 

We hebben gezien dat systeemdenken en complexiteit vragen om meervoudig kijken, het vanuit verschillen invalshoeken of rollen benaderen van een probleem. Bij DT put men uit alle CanMEDS-rollen gedurende de verschillende iteratieve fasen van onderzoek, net zoals dat het geval is bij het maken van een kunstwerk:

-       Na de divergerende observatiefase ontstaat de eerste convergentie.

-       Het kunstwerk of vraagstuk representeert een bepaald idee of concept waarbij het zelf als prototype fungeert.

-       De combinatie van perspectieven leidt tot het vatten van de betekenis van het kunstwerk, tot sense making. De verschillende benaderingen of CanMEDS-rollen vallen dan samen. 

-       Het toekennen van betekenis aan een kunstwerk ontstaat emergent in de vorm van een Gestalt, een patroon of samenhangend systeem waarbij het geheel meer is dan de som der delen.

-       Het beschouwen van een kunstwerk de beschouwer soms op een ander spoor. De beschouwer komt op een totaal andere plek uit dan verwacht (serendipiteit). 

-       Samenhang is een voorlopige synthese, een kwalitatieve sprong, een mutatie, en als het om diagnostiek gaat, een werkhypothese.