2.1.7.1 Verzameling

Het systeemdenken ontwikkelde zich vanaf de jaren ’40 vanuit verschillende disciplines, waaronder de biologie. Aanvankelijk was sprake van een algemene systeemtheorie, die ervan uitgaat dat:

Dit systematisch aan elkaar relateren van verschillende elementen in een overkoepelend geheel is de conceptuele basis van het systeemdenken. Ook de holistische benadering in de geneeskunde (het bio-psycho-sociale model van Engel) wijst op het gevaar van het in overzichtelijke delen opknippen van een probleem. In een complex systeem zijn die delen immers verbonden en oog voor juist die dynamiek is essentieel. Zonder waarneming van het geheel hebben die onderlinge delen geen betekenis zoals blijkt uit de metafoor van de blinden en de olifant. In de Obstetrie hanteert men een soortgelijke metafoor: negen vrouwen kunnen de zwangerschapsduur niet terugbrengen tot ieder een maand. Het opknippen van een ingewikkeld probleem biedt geen oplossing omdat die oplossing in de interacties tussen de elementen ligt. Zonder begrip van de interacties tussen alle delen in het geheel ontstaat nooit een goed begrip van het systeem. Een systeem is daarmee een verzameling van delen die met elkaar interacteren en daardoor als geheel functioneren. Het gedrag van een systeem moet dan ook als geheel van interacterende delen worden bestudeerd. Veranderingen in het ene deel van het systeem bewegen via de interacties door het gehele systeem. Om inzicht te krijgen in het systeem is het vooral nodig om de elementen en hun relaties te begrijpen.