x. Voorwoord

Deze bijdrage gaat over leiderschap vanuit een systeemtheoretisch perspectief. Transformationeel leiderschap impliceert een ‘growth mindset’ (Dweck). Met behulp van het  model van metacompetenties (CanMeds, Menselijk Activiteiten Systeem (Engeström) is het mogelijk om de mindset in kaart te brengen. 

Leiderschap verschilt van management. Management richt zich op het goed uitvoeren van activiteiten (‘de dingen goed doen’) en leiderschap richt zich op de toekomst en het stimuleren van innovatie (‘de goede dingen doen’).  In de postmoderne samenleving wordt een transitie gemaakt naar een ander tijdperk (Rotmans). Bestaande instituties dreigen te imploderen en huidige businessmodellen zijn gedateerd. Leiderschap in de postmoderne tijd is dienend, faciliterend en situationeel. Dit betekent anticiperen op de toekomst en keuzes maken.

Leiderschap functioneert als een zelfscheppend, autoreferentiëel systeem. Een leider is in staat tot zelfregulering en zelfsturing. Van cruciaal belang is samenwerking. 

In de postmoderne maatschappij ontstaan andere organisatieconfiguraties als alternatief voor de professionele bureaucratie. Nieuwe configuraties zijn netwerken, die functioneren als 

Complex Adaptief Systeem (Maturana & Varela, Ackoff, Hoogduin, Luhmann). Hierin werken actoren samen, die in staat zijn zichzelf te sturen en elkaar te sturen (Ackoff). 

 

Met behulp van de systeemtheorie kan de mindset van een actor worden verhelderd. De systeemtheorie kent een eigen begrippenapparaat. De technische begrippen komen uit een uit een ander taalspel. Concepten als systeem, systemisch, proces, adaptatie, homeostase, kalibrering, dynamisch equilibrium maken deel uit van dit taalspel (Wittgenstein). 

Systeemtheorie maakt deel uit van de metatheorie van het constructivisme. 

Dit is een andere manier van kijken, die het mogelijk maakt het gedrags- en handelingsrepertoire van een leider als actor (systeem in focus) op een technische, neutrale, niet-emotionele wijze, te beschrijven en te visualiseren. Als nadeel geldt dat de termen abstract zijn. Het vocabulaire is niet direct toegankelijk en begrijpelijk. Het technische taalgebruik kan weerstand oproepen en leiden tot negatieve connotaties.

 

 

In schema: Mindset als model van metacompetenties

 

Besturingsfilosofie

Wereldoriëntatie (worldview), paradigmashift, EOVZ, complexiteits denken, ecologisch perspectief, witdruk denken

Besturend Orgaan

Model van metacompetenties  (CanMeds, Menselijk Activiteiten Systeem, Complex Adaptief Systeem, waardensysteem)

Bestuurd Systeem

Gedragscompetenties