x. Actor optiek

De creatieve professional is het systeem in focus. De creatieve professional zoekt voor complexe problemen oplossingen door buiten het bestaande kader te treden en gebruik te maken van abductie. De input bestaat uit een complex probleem. De throughput uit de mentale doordenking van het complexe probleem. De output bestaat uit een inventieve of creatieve oplossing in de vorm van (beleids)maatregelen. Dienstverlening (service) wordt geboden in de vorm van ‘decision support’. Ter ondersteuning kan gebruik worden gemaakt van ICT tools (zoals de Digi Tafels)

Vanuit een constructivistisch perspectief is een postmoderne professional een kenniskunstenaar. De creatieve professional is actor. Vertrekpunt is het bio-psycho-socio-culturele mensontwerp (Engel). 

Een actor is een zelfregulerend, zelfsturend systeem. Besturend Orgaan en Bestuurd Systeem vallen samen (De Leeuw). Het BO-BS systeem is zelfsturend (autopoetisch

 

Bij de start van een onderzoeksproject is het primair van belang om het systeem in focus af te bakenen. Daarmee vindt afgrenzing (demarcatie) plaats ten opzichte van de  buitenwereld. Dit onderzoeksproject (explicitering van de mindset van een creatieve professional c.q. transformationeel leider) richt zich op een bepaald segment van de wereld. Het systeem in focus start met het microniveau (individu, groep). Opschaling is mogelijk naar mesoniveau (afdeling) of macroniveau (organisatie, maatschappij). De afbakening van een systeem is de subjectieve keuze van de ontwerper-onderzoeker.

 

In dit onderzoek vormt de creatieve professional het systeem in focus. 

 

Uitgangspunt in dit onderzoek is een pragmatisch-constructivistisch mensontwerp. Actoren zijn in staat complexe problemen op te lossen door het bedenken van inventieve en creatieve alternatieven (Dewey). Dit mensontwerp is evolutionair en gaat uit van een positieve psychologie, zoals beschreven door Kenrick e.a. in hun artikel ‘Renovating the Pyramid of Needs: Comtemporary Extensions Built Upon Ancient Foundations’ (zie ook Seligman)

 

De actor in dit onderzoek is een professional, die de mentale omslag heeft gemaakt van routinewerk naar kennisdeling en kenniscreatie. Ik richt ik me op individuele actoren,  zoals deelnemers aan een persoonlijk ontwikkeltraject (HRD, programma leiderschap). De actor fungeert als een Menselijk Activiteiten Systeem. 

 

Het model van metacompetenties (CanMeds) biedt een leidraad om de ‘tacit knowledge’ van de creatieve professional in kaart te brengen (Polanyi; SECI model van Nonaka & Takeuchi). 

 

De creatieve professional kan zichzelf ontwikkelen, maar ook ondersteuning krijgen van een coach. De actor (cliënt) is in dat geval de probleemhebber. De coach fungeert als probleemoplosser. Hij brengt samen met de cliënt de mindset van de actor in kaart. De coach faciliteert reflectie en biedt ondersteuning om de ‘tacit knowledge’ van de cliënt te expliciteren.

 

Om de mindset van de creatieve professional te begrijpen kan een coach ondersteuning en begeleiding bieden. Coachen is een vorm van interpretatief onderzoek is interactief en gebaseerd op co-creatie. De rol van de coach is niet neutraal of afstandelijk, zoals bij een laboratorium experiment. De coach blijft niet exogeen. De relatie is gebaseerd op samenwerking, interactie en co-creatie. Een coach is geen ‘spectator’ (Dewey), maar gesprekspartner. Het expliciteren van competenties betekent explicitering van ‘tacit knowledge’ (Polanyi) van de actor. Dit vindt ‘in vivo’ plaats. Deze vorm van onderzoek kenmerkt zich door ‘dubbele hermeneutiek’ c.q. dubbele contingentie (Luhmann). De onderzoeker probeert niet alleen de mindset van de professional (c.q. clientsysteem) te begrijpen, maar is zich tevens bewust van zijn eigen mindset, inclusief haar beperkingen, vooringenomenheid en vooroordelen. 

 

De coach fungeert als spiegel (mirror) en schadum (‘shadow’). Hij probeert de mindset van de creatieve professional te begrijpen (understanding). Hierbij speelt zijn eigen referentiekader een rol. Argyris & Schön adviseren de coach-onderzoeker om per sessie tevens te reflecteren op zijn eigen vragen, aarzelingen, gevoelens en gedachten. Deze reflecties kunnen op een ‘linker bladzijde’ worden bijgehouden als persoonlijke reflecties.

 

De mindset van de creatieve professional (kenniskunstenaar) is in deze verhandeling het systeem in focus. Uitgangspunt is de actorbenadering. De actorbenadering gaat uit van zelfbepaling en communicatieve zelfsturing (Langeveld, Deci & Ryan, Cornelis). Iedere creatieve professional is uniek (N=1) en functioneert in een lokale, sociale, historische en culturele context. 

In organisaties is het model van metacompetenties/CanMeds bruikbaar als conceptueel kader (framework) voor de ontwikkeling van HRD programma’s (zie UMCG programma (klinisch) leiderschap). Leiderschap (servant leadership) richt zich op het gezamenlijk tot stand brengen van waarde-creatie. Leiderschap verschilt van management. Managers doen de dingen goed op operationeel niveau, leiders doen de goede dingen door verantwoorde strategische beslissingen te nemen (Ackoff). Leiders zijn creatieve professionals. De creatieve professional functioneert in een onzekere (contingente), complexe en veranderlijke omgeving (Hoogduin). Samenwerking met andere actoren vindt plaats op basis van wederzijdse afstemming, coöperatie en co-creatie.

 

Weggeman geeft de volgende beschrijving van creatieve professional:

 

Bij kenniswerkers en kenniskunstenaars staat de liefde voor hun vak centraal. Een kenniskunstenaar ervaart zijn werk als esthetische ervaring. Ontwerpend onderzoek start met het expliciteren van de persoonlijke (‘tacit’) knowledge van de deelnemende actoren (Polanyi). Kenniskunstenaars maken mooie producten. Dit zijn materiele of immateriële artefacten. Producten zijn het resultaat van kennis delen en kenniscreatie. 

Kenniskunstenaars functioneren in een uitdagende werk- en leeromgeving. Managers bieden ondersteuning door te faciliteren en te coachen. De tegenstelling tussen managers en professionals verdwijnt. Veranderingen (innovatie, transformatie) ontstaan bottom up.

Kenniskunstenaars vormen een Community of Practice. Organiseren ontstaat uit interacties tussen actoren. Al werkend en informeel lerend ontstaat een corporate curriculum en daarmee structuur. Voor kenniskunstenaars is een herontwerp nodig van de organisatie. Kenniskunstenaars gedijen in een lerende organisatie (complex adaptief systeem, autopoëtisch  systeem, adhocratie, netwerkorganisatie). Kenniscreatie leidt tot duurzame systeem innovatie

 

(bron: vrij naar column Weggeman: Esthetisch perspectief op management en vakmanschap; www.google)

 

Een belangrijk toepassingsgebied van de systeemtheorie is de systeemtherapie. Hierbij bestaat het systeem in focus uit groepen van twee of meer personen (vb. relatie therapie, gezinstherapie).