x.MAS

Mindset Model: Menselijke Activiteiten Systeem

Het model van metacompetenties wordt in deze studie theoretisch onderbouwd. Dit model is compatibel met de CanMeds en komt overeen met het Menselijk Activiteiten Systeem van Engeström. Het model bestaat uit 6 + 1 dimensies. Dit model komt eveneens overeen met het waardenmodel van Graves, dat gebaseerd is op memen en evolutionair is gefundeerd. Memen zijn vergelijkbaar met informatiepakketten (vgl. zip bestanden), die in het centraal zenuwstelsel worden afgevuurd.  

Relevante basismetaforen zijn organisme, ‘flux’ en ‘hersenen’. De menselijke geest (mind) wordt voorgesteld als een plastisch (neuraal) netwerk.

 

Het model van de metacompetenties (Menselijk Activiteiten Systeem) biedt een uitwerking van de ‘growth mindset (Dweck). De nadruk ligt op kansen en mogelijkheden. Ín plaats van het begrip groei geef ik de voorkeur aan de term ontwikkeling. Groei is een biologisch, spontaan proces. Ontwikkeling is een leerproces, bestaande uit ‘reflection in action’ en ‘reflection on action’ (Schön). 

Met behulp van het denkkader (frame) van metacompetenties ontwikkelt een actor zelfinzicht en is daardoor beter in staan anderen te ondersteunen en zichzelf blijven ontwikkelen. 

Metacompetenties vormen de aspecten van het systeem in de black box. Het resultaat van het denkproces  bestaat uit creatieve oplossingen en ideeën, die spontaan (emergent) ontstaan. Dit resultaat bestaat uit output & outcome. De mindset (als menselijk activiteiten systeem) kan een individu betreffen. Ook een groep, afdeling, organisatie of een kunstwerk kan worden opgevat als een actor. Het model kan dus worden opgeschaald naar hogere aggregatieniveaus.

 

De mindset van metacompetenties is een model. Bateson wijst erop dat elk model een reductie is van de situatie. Een kaart (map) nooit hetzelfde is als de reële situatie (‘the map is not the territory’).

 

Het Menselijk Activiteiten Systeem (Engestrom) biedt een model om de mindset van een creatieve professional te beschrijven. 

Vanuit wereldmodel I is een model een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Het model en de daarbij behorende concepten corresponderen met de stand van zaken in de realiteit. 

Vanuit wereldmodel II is een model een menselijke constructie. Met een model is het mogelijk de dynamische wereld te structureren en te interpreteren (oratie Miek Boon). 

Een model bestaat uit dimensies (categorieen) met daarbij behorende concepten. Het model van de metacompetenties (Menselijk Activiteiten Systeem) bestaat uit zes dimensies. De indeling in deze dimensies is een menselijke keuze. Alternatieve modellen met andere indelingen blijven mogelijk. De dimensies van dit model van metacompetenties zijn niet toevallig gekozen, maar zijn gebaseerd op ontwikkelingsfasen in de evolutionaire psychologie. 

 

Het model van metacompetenties maakt het mogelijk om knelpunten (fricties, dilemma’s, bottlenecks, paradoxen) op te sporen in de vorm van disfunctionele gedragscompetenties. Tevens biedt dit model de mogelijkheid om gedrags- en interactiepatronen te ontdekken, die anders onopgemerkt zouden blijven. 

 

Observatie van gedragscompetenties betreft een beschrijving van de eerste orde. Het model van de metacompetenties behoort tot de tweede orde beschrijvingen. Gedragscompetenties worden geordend, geclusterd en gestructureerd met behulp van het model van metacompetenties.

Dit model van de metacompetenties kan filosofisch worden gelegitimeerd. De wereldorientatie EOVZ biedt deze legitimering. Dit is een derde orde beschrijving. In de leertheorie onderscheid ik enkelslag leren, dubbelslag leren (variant: deutero leren) en drieslag leren. 

 

De leefwereld van de actor is een open systeem. Een open systeem is altijd in beweging en wordt gevoed door input: prikkels, energie en informatie. Tussen het systeem en de buitenwereld, maar ook intern, is sprake van interacties. De situatie is complex. Een open systeem verandert continu. De actor staat permanent voor de opgave om een dynamische balans te vinden tussen externe adaptatie en interne cohesie. Daartoe maakt de actor gebruik van besturing. Het Besturend Orgaan stuurt het Bestuurd Systeem. 

De actor is in staat tot zelfsturingen zelfredzaamheid (coping) of maakt gebruik van hulp en ondersteuning van buitenaf. 

Het ontwikkelings- en veranderingsproces verloopt non-lineair en iteratief. Een open systeem is zelf organiserend. Door toename van differentiatie en complexiteit ontstaan onvoorziene mogelijkheden, nieuwe dwarsverbindingen en creatieve oplossingen. Het model van metacompetenties stimuleert om meervoudig te kijken. 

 

Onderscheid wordt gemaakt tussen harde en zachte systemen (Checkland, Van Dinten, De Leeuw). Een hard systeem valt eenduidig te definiëren. De beschrijving van technische artefacten (vb. een brug, een auto, een computer) is eenduidig. Een Menselijk Activiteiten Systeem is een zacht systeem. Zachte systemen zijn meerduidig. De beschrijving is afhankelijk van waarneming en interpretaties. Zachte systemen kunnen nooit uitputtend worden beschreven. Elke beschrijving is onvolledig en vatbaar voor andere interpretaties (Van Dinten). 

Checkland heeft voor zachte systemen een methodiek ontwikkeld (Soft System Methodology), die gebruikt wordt om de ‘root metaphor’ van een systeem op te sporen. Een ‘root metaphor’ is vergelijkbaar met een kerncompetentie of identiteitsbeschrijving. De kerncompetentie maakt de actor onderscheidend. Het is het verschil dat het verschil maakt (Bateson). 

 

Een actor kan invloed uitoefenen op de omgeving (De Leeuw). Hij is in staat zichzelf en anderen te sturen. Een actor kan bestaan uit een individu, groep, afdeling, organisatie of maatschappij. De actor is in staat zelf een complex probleem oplossen door een passende oplossing te vinden en een beslissing te nemen en kan hierbij worden ondersteund door een coach. Passend wil zeggen dat de oplossing uitvoerbaar is en aansluit bij de lokale omstandigheden. 

Wanneer de relatie centraal staat tussen actor en maatschappelijke omgeving wordt gesproken van agency. Agency is een kernbegrip in de structuratie theorie van Giddens. Uit de confrontatie van de actor met de maatschappij ontstaat dialectisch een nieuwe maatschappelijke configuratie. Hiermee lost Giddens het sociologisch probleem tussen voluntarisme en determinisme op. 

 

De actor onderhoudt relaties. Primair betreft dit de intrapersoonlijke relaties met het eigen lijf, emoties, gevoelens, gedachten en persoonlijk waardensysteem. 

Sociale relaties  met andere actoren. Externe partijen zijn stakeholders zoals bedrijven, overheden, intermediaire instellingen (onderwijs, zorg, uitkeringsinstanties) en burgers. Deze instituties worden vertegenwoordigd door individuele contactpersonen.

 

Het model van metacompetenties biedt een kader om het systeem in focus te beschrijven. Het model van metacompetenties is compatibel met het Menselijk Activiteiten Systeem (Engeström) en met de CanMeds. 

 

De mindset bestaat uit zes verschillende dimensies. Dit zijn de aspecten van het systeem. Dimensies zijn: het psychologisch, sociale, interculturele culturele, het taakgerichte-operationeel, intellectueel, innovatief en creatief kapitaal (Zijlmans)

Elke dimensie (aspect van het systeem) vervult binnen het systeem een eigen, specifieke functie. Het totale systeem vervult een adaptieve functie voor de buitenwereld. Ieder systeem is tijdelijk. 

De dimensies (aspecten) werken op elkaar in en beïnvloeden elkaar wederzijds. Er is sprake van interdependentie. Op aspecten in het systeem kan men uitzoomen. 

 

De mindset bestaat uit elementen en aspecten van het systeem. Gedragscompetenties vormen de kleinste delen van het systeem. Dit zijn de elementen. Gedragscompetenties vormen de kleinste onderdelen van het Menselijk Activiteiten Systeem. Hierop kan men inzoomen. Competenties zijn educatieve mini-programma’s ofwel modules. Het zijn geïncorporeerde denkinstrumenten. Dennett vergelijkt competenties met apps. 

 

Gedragscompetenties kunnen worden geordend in metacompetenties. Metacompetenties zijn de aspecten van het systeem. Deze clusters zijn menselijke kapitalen, die gevaloriseerd kunnen worden. Metacompetenties zijn aspecten van het systeem. Deze dimensies vormen de architectuur ofwel plattegrond van de mindset. Mind betekent bewustzijn. Elke metacompetentie bestaat uit een heuristiek en beschrijft een denkroute (course of action; Van Dinten). Op metacompetenties (aspecten van het systeem) kan men uitzoomen (De Leeuw). Damasio gebruikt voor de mind de metafoor van kaarten (maps). Landenkaarten zijn vergelijkbaar met metacompetenties, wandelkaarten met gedragscompetenties. 

 

Het model van metacompetenties is compatibel met de CanMeds. Het model van de CanMeds fungeert als internationale standaard in de (para)medische beroepspraktijk. Hierdoor ontstaat een gemeenschappelijke taal en een gedeeld referentiekader. 

Het model van metacompetenties maakt het mogelijk om de mindset van een actor in kaart te brengen. Het model van de metacompetenties biedt de creatieve professional houvast en dit denkkader (frame) fungeert als een soort GPS systeem. Het model van CanMeds is vergelijkbaar met de gouden standaard, die ooit de basis vormde van het internationale economisch stelsel (Hoogduin). 

 

Mind is geen entiteit of substantie, maar een dynamisch proces van informatieverwerking. De mindset bestaat uit een aantal mentale programma’s, die fungeren als afzonderlijke heuristieken, als ‘courses of action’, als denkpaden (Van Dinten). 

 

De actor is altijd in beweging. Hij zoekt steeds naar een dynamisch evenwicht (homeostase) om zich te kunnen aanpassen aan veranderende externe en interne omstandigheden. De mindset functioneert als een complex adaptief, zelfscheppend systeem (Ackoff). In de postmoderne tijd verschaft de mindset als model houvast aan de ‘reflective practitioner’ (Schön). Dit kader (framework) biedt ondersteuning aan het ‘reflexieve zelf’ (Giddens). Taal maakt het mogelijk om verschijnselen te benoemen, te interpreteren en te structuren. Taal maakt hardop denken mogelijk (Van Parreren). 

 

 

In schema:

 

METACOMPETENTIES

CANMEDS rollen

MENSELIJK ACTIVITEITEN SYSTEEM

Innovatief kapitaal

Innovator

Object

Intellectueel kapitaal

Scholar

Artefacten

Operationeel kapitaal

Manager

Division of labor

Psychologisch kapitaal

Professional

Subject

Sociaal kapitaal

Collaborator

Community of Practice

Cultureel kapitaal

Communicator

Rules

Creatief kapitaal

Expert

Expansive learning