x.4. Complexiteit

Complexe problemen

 

In deze studie richt ik mij op de mindset van creatieve professionals, die in staat zijn om complexe problemen in uiteenlopende situaties op te lossen. 

 

Snowden (Cynefin) maakt onderscheid tussen eenvoudige, ingewikkelde (gecompliceerde), complexe problemen en chaos. 

 

a)        Eenvoudige problemen

b)        Ingewikkelde problemen

c)        Complexe problemen

d)        Onvoorspelbare problemen: chaos

 

De aard van een probleem (simpel, gecompliceerd, complex, chaos) is afhankelijk van de gekozen probleemdefinitie.

 

Een auto kan worden beschreven als een machine, bestaande uit losse onderdelen. In geval van een defect is het mogelijk de oorzaak van het probleem op te sporen en een reparatie uit te voeren door het onderdeel te vervangen. Dit is een voorbeeld van een eenvoudig probleem. Naar analogie van de auto kan in de medische praktijk het menselijk lichaam worden opgevat als een machine, die moet worden gerepareerd. Deze opvatting sluit aan bij het dualistisch denken van Descartes en Lamettrie. 

In de traditionele medische opleiding domineert variant 1.0 van het Menselijk Activiteiten Systeem van Engestrom. Dit model sluit aan bij de theorie van Vygotsky en bestaat uit drie dimensies: subject, object en artefacten. 

 

Hedendaagse auto’s zitten barstensvol geavanceerde techniek. Het oplossen van een defect wordt dan een gecompliceerd probleem. De oplossing is wel bekend, maar vereist het nodige denkwerk. Een complex probleem verschilt van een simpel of ingewikkeld probleem (Snowden). Voor een simpel of een ingewikkeld probleem is de oplossing vooraf beschikbaar. De oplossing wordt door een expert aangedragen. 

Medische problemen zijn vaak gecompliceerd. De oplossing is weliswaar bekend, maar vereist een combinatie van interventies. 

 

Complexe problemen ontstaan wanneer drie of meer factoren (variabelen) in het spel zijn.

Een auto neemt deel aan het verkeer. Een file is een ingewikkeld of soms een complex probleem.

Indien patiënten gelijktijdig meerdere aandoeningen hebben ontstaat een complex probleem. Fysiek-biologische, psychische, sociale en culturele problemen kunnen gelijktijdig voorkomen en elkaar beïnvloeden. In de klassieke medische setting worden de problemen behandeld door verschillende specialisten. Hierbij ontbreekt vaak onderlinge communicatie en afstemming. 

 

In uitzonderlijke situaties ontstaat chaos. In geval van een file kan er sprake zijn van een opeenstapeling van problemen zoals onregelmatig rijgedrag, een aanrijding, slechte weersomstandigheden, slecht werkende informatievoorziening. Een voorbeeld van chaos is een kettingbotsing in dichte mist, waarbij veel slachtoffers vallen. Een verkeerschaos is een ramp, een kluwen van problemen. 

 

Door een samenloop van omstandigheden kan een complex probleem ontstaan, waardoor het systeem ernstig ontregeld raakt. Dit wordt het vlinderslag effect (butterfly) genoemd. 

 

 

 

 

Elk probleem is subjectief en wordt geformuleerd door de probleemhebber (Kramer). De probleemhebber is de cliënt (medewerker, professional, patiënt, student, kunstwerk). 

Een gebeurtenis (knelpunt, voorval, kritisch incident, constraint, blokkade, ‘felt difficulty’ (Dewey) vormt de aanleiding om na te denken. 

Bij de probleemhebber is sprake van een ‘sense of urgency’. Bij een taai vraagstuk (‘wicked problem’) balanceert de probleemhebber (cliënt) op de rand van chaos. 

Een taai vraagstuk is een slepende kwestie, waarbij het op eigen kracht niet lukt om uit de impasse te komen. Een situatie kan totaal vastlopen door rigide interactiepatronen. Het omgekeerde kan ook het geval zijn: ook door een chaotische situatie kan een cliënt het spoor bijster raken. 

Voor een complex probleem bestaat op voorhand geen standaardoplossing beschikbaar. Meerdere oplossingen zijn denkbaar. Alternatieven kunnen via verschillende wegen worden bereikt (equifinaliteit).Het veranderingsproces is vergelijkbaar met een trektocht. Tijdens de ontdekkingsreis ontdekt de cliënt (probleemhebber) onbekende bronnen (resources) en mogelijkheden. Daarmee ontstaat ruimte voor inventieve of creatieve oplossingen. Een oplossing ontstaat spontaan (emergent) tijdens het non-lineaire, iteratieve proces. De creatieve professional is in staat om complexe problemen op te lossen.

 

Complex probleem. De systeemtheorie is bruikbaar om een complexe probleemsituatie (input) in kaart te brengen. Met behulp van het model is het mogelijk de knelpunten (constraints, fricties, dilemma’s, knelpunten, bottlenecks, paradoxen) van een complex probleem te identificeren. Een complex probleem is bijvoorbeeld het vermeende disfunctioneren van een persoon in een organisatie. Negatieve, ongefundeerde beeldvorming kan leiden tot een zichzelf versterkend proces, waarbij de deviante persoon steeds meer wordt uitgesloten.

 

De input van het systeem bestaat uit subsystemen. Het menselijk activiteiten systeem zelf bestaat uit een groot aantal competenties (elementen).

 

Een voorbeeld is het werk van de architecte Francine Houben. Zij krijgt wereldwijd prestigieuze opdrachten om complexe problemen op te lossen. Het resultaat bestaat uit spraakmakende, opzienbarende architectuurontwerpen (designs).