2.1.4.2 Systeem in focus

Systeem in focus: actor optiek

 

De mindset van de creatieve professional is het primaire systeem in focus. Een actor is in staat invloed uit te oefenen op de omgeving. Volgens De Leeuw is een actor in staat zichzelf te sturen en anderen te sturen. Bij een actor valt het Besturend Orgaan samen met het Bestuurd Systeem. De actor kan zijn eigen gedrag reguleren door doelen te stellen en zichzelf sturen op basis van persoonlijke waarden. 

 

Ik pleit ervoor het model van Kahneman (system 1: automatisch reageren op basis van een S-R model; system 2: cognitieve sturing op basis van het model S-cognitie-R) aan te vullen met system 3: zelfsturing. 

 

Een creatieve professional zoekt voor complexe problemen oplossingen door buiten het bestaande kader te treden. Hij maakt gebruik van abductie. De input bestaat uit informatie over uiteenlopende problemen in een complexe situatie. De situatie brengt de actor op de rand van chaos. Een complex probleem kan gemakkelijk omslaan in een crisis. 

Doorgaans wordt op een complex probleem gereageerd met defensief gedrag en versterking van gefixeerde gedrags- en interactiepatronen. De dominante besturingsfilosofie is in dat wereldmodel I (command & control). 

 

Vanuit wereldmodel II wordt een complex probleem opgevat als een uitdaging. Een complex probleem biedt mogelijkheden om gefixeerde denkpaden en bestaande dysfunctionele oplossingen  te doorbreken. 

De throughput bestaat uit het zorgvuldig doordenking van een complexe situatie vanuit verschillende invalshoeken. Deze doordenking leidt tot het opsporen van knelpunten, fricties, dilemma’s en paradoxen en tot ordening hiervan. 

Met behulp van Design Thinking wordt gezocht naar een hefboom, die het totale systeem kan veranderen. 

De output bestaat uit een inventieve of creatieve oplossing. Dit leidt tot het treffen van passende van maatregelen. Creatieve oplossingen genereren nieuwe mogelijkheid. Elke uitkomst (output) heeft onvoorziene neveneffecten (outcome, impact). 

 

Dienstverlening (service) aan de creatieve professional kan worden geboden in de vorm van coaching. Ter ondersteuning kan bij coaching gebruik worden gemaakt van ICT tools (zoals de Digi Tafels) en ‘decision support’.

 

Vanuit een constructivistisch perspectief is een postmoderne professional een kenniskunstenaar. De creatieve professional is actor en in staat tot persoonlijk leiderschap. 

Het bio-psycho-socio-culturele mensontwerp (Engel) biedt een alternatief voor het Cartesiaans machinemodel. 

Een actor is een zelfregulerend, zelfsturend systeem. Besturend Orgaan en Bestuurd Systeem vallen samen (De Leeuw). Het BO-BS systeem is zelfsturend (autopoetisch)

 

Bij de start van coaching is het van belang om het systeem in focus af te bakenen. Daarmee vindt afgrenzing (demarcatie) plaats ten opzichte van de buitenwereld. Dit onderzoeksproject richt zich op de explicitering van de mindset van een individuele creatieve professional c.q. transformationeel leider. Het systeem in focus start met het microniveau (individu, groep). Opschaling is mogelijk naar mesoniveau (afdeling) of macroniveau (organisatie, maatschappij). De afbakening van een systeem is de subjectieve keuze.

 

Uitgangspunt in dit onderzoek is een pragmatisch-constructivistisch mensontwerp. Actoren zijn in staat complexe problemen op te lossen door het bedenken van inventieve en creatieve alternatieven (Dewey). Dit mensontwerp is evolutionair en gaat uit van een positieve psychologie, zoals beschreven door Kenrick e.a. in hun artikel ‘Renovating the Pyramid of Needs: Comtemporary Extensions Built Upon Ancient Foundations’ (zie ook Seligman)

 

De actor in dit onderzoek is een professional, die in staat is de mentale omslag te maken van routinewerk naar kennisdeling en kenniscreatie. Voor persoonlijk leiderschap is een andere mindset nodig. Ik richt ik me op individuele actoren,  zoals deelnemers aan een persoonlijk ontwikkeltraject (HRD, programma leiderschap). De actor fungeert als een Menselijk Activiteiten Systeem. 

 

De mindset van de creatieve professional (kenniskunstenaar) is in deze verhandeling het systeem in focus. Uitgangspunt is de actorbenadering. De actorbenadering gaat uit van zelfbepaling en communicatieve zelfsturing (Langeveld, Deci & Ryan, Cornelis). Iedere creatieve professional is uniek (N=1) en functioneert in een specifeke lokale, sociale, historische en culturele context. 

In organisaties is het model van metacompetenties/CanMeds bruikbaar als conceptueel kader (framework) voor de ontwikkeling van HRD programma’s (zie UMCG programma (klinisch) leiderschap). Leiderschap (servant leadership) richt zich op het gezamenlijk tot stand brengen van waarde-creatie. Leiderschap verschilt van management. Managers doen de dingen goed op operationeel niveau, leiders doen de goede dingen door verantwoorde strategische beslissingen te nemen (Ackoff). Leiders zijn creatieve professionals. De creatieve professional functioneert in een onzekere (contingente), complexe en veranderlijke omgeving (Hoogduin). Samenwerking met andere actoren vindt plaats op basis van wederzijdse afstemming, coöperatie en co-creatie.

 

De creatieve professional kan zichzelf ontwikkelen, maar ook ondersteuning krijgen van een coach. De actor (cliënt) is de probleemhebber. De coach fungeert als probleemoplosser. Hij brengt samen met de cliënt de mindset van de actor in kaart. De coach faciliteert reflectie en biedt ondersteuning om de ‘tacit knowledge’ van de cliënt te expliciteren. Een coach vervult als het ware de functie van schaduw (‘shadow’). Het model van metacompetenties (CanMeds) biedt een conceptueel kader om de ‘tacit knowledge’ van de professional in kaart te brengen (Polanyi; SECI model van Nonaka & Takeuchi).

 

Om de mindset van de professional te begrijpen en in kaart te brengen biedt een coach ondersteuning en begeleiding. Een coach maakt de ‘tacit knowledge’ van de actor expliciet. 

In systeemtermen betekent coaching feedbak geven. Feedback bestaat uit informatie over gedrag.

Vanuit het mindset model bestaat coaching uit het beschrijven van de beschikbare gedragscompetenties van de client (professional, actor), het ordenen van deze gedragscompetenties in metacompetenties (CanMeds) en het legitimeren van  het gedrags-en handelingsrepertoire vanuit een ecologisch perspectief. 

 

 

Coachen is een vorm van interpretatief onderzoek is interactief en gebaseerd op co-creatie. De rol van de coach is niet neutraal of afstandelijk, zoals bij een laboratorium experiment. De coach blijft niet exogeen. De relatie is gebaseerd op samenwerking, interactie en co-creatie. Een coach is geen ‘spectator’ (Dewey), maar gesprekspartner. 

Het expliciteren van de competenties van de cliënt betekent explicitering van ‘tacit knowledge’ (Polanyi) van de actor. Dit vindt ‘in vivo’ plaats. Deze vorm van onderzoek kenmerkt zich door ‘dubbele hermeneutiek’ c.q. dubbele contingentie (Luhmann). De onderzoeker probeert niet alleen de mindset van de professional (c.q. clientsysteem) te begrijpen, maar de coach wordt zich tevens bewust van zijn eigen mindset met inbegrip van  beperkingen, vooringenomenheid en vooroordelen. 

 

De coach fungeert als spiegel (mirror), schaduw (‘shadow’) of klankbord (‘resoneren’). Een coach de mindset van de creatieve professional te begrijpen (understanding, mindreading). Hierbij speelt zijn eigen referentiekader een rol. Argyris & Schön adviseren een coach-onderzoeker om per sessie tevens te reflecteren op zijn eigen vragen, aarzelingen, gevoelens en gedachten. Deze reflecties kunnen op een ‘linker bladzijde’ worden bijgehouden als persoonlijke reflecties.

 

Elk probleem is subjectief en wordt geformuleerd door de probleemhebber. De probleemhebber is de cliënt (professional) en de coach is (tijdelijk) de probleemoplosser (Kramer). 

 

Coaching betekent psycho-educatie: de client leert om te handelen als actor. Dit leren bestaat niet alleen uit inzicht in de gedragscompetenties, maar uit het leren begrijpen van de eigen mindset. Coachen stimuleert leren leren. 

 

Weggeman geeft de volgende beschrijving van creatieve professional:

 

Bij kenniswerkers en kenniskunstenaars staat de liefde voor hun vak centraal. Een kenniskunstenaar ervaart zijn werk als esthetische ervaring. Ontwerpend onderzoek start met het expliciteren van de persoonlijke (‘tacit’) knowledge van de deelnemende actoren (Polanyi). Kenniskunstenaars maken mooie producten. Dit zijn materiele of immateriële artefacten. Producten zijn het resultaat van kennis delen en kenniscreatie. 

Kenniskunstenaars functioneren in een uitdagende werk- en leeromgeving. Managers bieden ondersteuning door te faciliteren en te coachen. De tegenstelling tussen managers en professionals verdwijnt. Veranderingen (innovatie, transformatie) ontstaan bottom up.

Kenniskunstenaars vormen een Community of Practice. Organiseren ontstaat uit interacties tussen actoren. Al werkend en informeel lerend ontstaat een corporate curriculum en daarmee structuur. Voor kenniskunstenaars is een herontwerp nodig van de organisatie. Kenniskunstenaars gedijen in een lerende organisatie (complex adaptief systeem, autopoëtisch  systeem, adhocratie, netwerkorganisatie). Kenniscreatie leidt tot duurzame systeem innovatie (bron: vrij naar column Weggeman: Esthetisch perspectief op management en vakmanschap;www.google). 

 

Een belangrijk toepassingsgebied van de systeemtheorie in de hulpverlening is de systeemtherapie. Hierbij bestaat het systeem in focus uit groepen van twee of meer personen (vb. relatie therapie, gezinstherapie).

In dit onderzoek wordt het individu primair gekozen als systeem in focus.