2.1.4.10 Interdependentie

Interdependentie

Feedback

 

Feedback betekent informatie over gedrag. 

 

In de systeemtheorie wordt uitgegaan van circulaire causaliteit in plaats van mono causaliteit. Een voorbeeld is de relatie brein (brain) en geest (mind). Het menselijk brein is vergelijkbaar met hardware, de menselijke geest (mind) is de software. 

Brein en geest werken op elkaar in. Neurofeedback maakt besturing zichtbaar. 

Indien de competenties lijfelijk worden opgeslagen en onbewust of voorbewust worden opgenomen in het gedrags- en handelingsrepertoire (incorporatie) wordt gesproken van hersenen (brain). Bewustzijn (consciousness) is mind.

 

Het menselijk activiteitensysteem kan steeds opnieuw worden ingesteld. Het programmeren van gedrag met behulp van (spel)regels wordt kalibrering genoemd. Nieuwe spelregels maken wijziging mogelijk van het gedrags- en handelingsrepertoire van een actor (rekalibrering).

 

Competenties functioneren recursief. De mind is altijd in beweging. Het denkproces bestaat uit talloze ‘loops’ (lussen) van terugkoppelingen en mee koppelingen. Het is mogelijk om nieuwe competenties te leren en deze te incorporeren. 

 

Verandering leidt tot positieve feedback. Bij positieve feedback ontstaat een grote of kleine afwijking ten opzichte van de oorspronkelijke toestand c.q. norm. 

Dankzij regelmatige mee- en terugkoppeling (positieve en feedback)  kunnen actoren zich gemakkelijk aanpassen aan gewijzigde omstandigheden en doelen te realiseren. 

Na verloop van tijd ontstaat een nieuw, dynamisch evenwicht (homeostase). 

 

Voorbeeld. De Feldenkrais methode is erop gericht om op een andere wijze met het eigen lichaam om te gaan door anders te bewegen. Veel spieren blijven ongebruikt. De Feldenkrais methode leert om andere spieren te gebruiken. Deze methode gaat uit van leren leren. Ieder mens beschikt over unieke fysieke mogelijkheden. 

Mensen maken niet alleen gebruik van vijf zintuigen, maar ook van verfijnde zintuigen in de spieren die als het ware het zesde zintuig vormen. Bij een fysieke activiteit werken alle zintuigen mee. Verandering door het gebruik van andere spieren leidt een wijziging van het oorspronkelijke gedrag. Dit betekent positieve feedback. Het nieuwe gedrag kan worden opgeslagen in een gedragsrepertoire: mind wordt omgezet in een nieuw lichaamsschema (brein)