2.1.4.12 Autopoiese

Autopoëtische systemen, zelfreferentiëel

 

Een zelfscheppend (autoreferentieel) systeem kent geen centrale sturing. 

 

Een voorbeeld is het wereldwijde internet (www). Door koppeling tussen actoren c.q. activiteitensystemen ontstaat een zelfscheppend systeem. Alles hangt met alles samen (AHMAS). Een centrale regie ontbreekt. 

 

 

 

De mindset van een creatieve professional fungeert als zelfscheppend systeem. 

In het bovenstaande schema komt het onderscheid BO en BS terug. Het Besturend Orgaan bestaat uit een verzameling metacompetenties. Elke actor ontwikkelt zijn eigen denkarchitectuur. Dit bestaat uit een gepersonaliseerd denkpatroon (Bateson, Van Dinten, Luhmann). De mindset fungeert als zacht systeem (Checkland, Van Dinten). Het BO selecteert en filtert en bepaalt welke interne en externe informatie relevant is. BO maakt grenscontrole mogelijk. Hiermee is interne en externe afstemming (adaptatie aan de omgeving) mogelijk.  

Dit is een belangrijk uitgangspunt van het constructivisme. Elke actor construeert zijn eigen mindset, bestaande uit een unieke verzameling gedragscompetenties en metacompetenties. Waarneming is altijd interpretatie (perceptie). 

Behoeften, wensen en preferenties van de actor zijn niet constant, maar kunnen veranderen. Sociale relaties kunnen verschuiven. 

Het cultureel kapitaal is van belang voor de actor om als lid van een groep ( ‘clan’,‘tribe’) te kunnen functioneren door gebruik te maken van symbolen, rolmodellen (helden, atavars), rituelen en etiquetteregels. De onderstroom (EQ) is instabiel en altijd in beweging.

 

Afstemming met andere actoren is mogelijk, maar vereist continu socialisatie, afstemming, onderhandeling en (inter)culturele communicatie. 

Actoren kunnen gezamenlijk een ‘community of practice ’ vormen (zie Wenger). Een community fungeert als zelfscheppend systeem: een centrale regie ontbreekt. Door interacties tussen deelnemende actoren ontstaat kenniscreatie. 

Deze ‘community’ (zoals een onderzoeksgroep of een denktank) constitueert na verloop van tijd een gemeenschappelijk Besturende Orgaan. 

 

Luhmann onderzoekt sociale systemen. Actor A (ego) presenteert zich aan de buitenwereld als A’ (alter). Actor B (ego) presenteert zich als B’ (alter). 

Sociale interactie ontstaat tussen A’ en B’. A’ en B’ construeren tijdelijk een gezamenlijke sociale wereld in de vorm van een informeel netwerk. Een informele netwerk kan op termijn leiden tot duurzame handelingspatronen, dat wil zeggen institutionalisering.