1.1.3 Correspondentie

Het correspondentiecriterium vereist dat uitspraken over bepaalde zaken overeenkomen, corresponderen met de waarneming en met de stand van zaken in de (rest van de) wetenschap. Een ander moet de uitspraak als het ware 'met eigen ogen/oren' kunnen controleren.  

Hoe doe ik dat? 

  1. U realiseert zich dat u iets exotisch heeft gegeten en constateert bepaalde verschijnselen. U let op symptomen
  2. U doet dat door te kijken, luisteren, voelen etc. U neemt waar
  3. U doet uitspraken zoals 'van het eten van x word je misselijk' omdat eten en de symptomen met elkaar corresponderen.