1.2.2.5 Rechtvaardiging

Rechtvaardigingen zijn argumenten die waardeoordelen onderbouwen. Men daarbij gebruik maken van twee soorten argumenten die allebei een iets andere aanpak vereisen en daarom goed moet worden onderscheiden.

Hoe doe ik dat?

  1. U maakt gebruik van teleologische argumenten; dit zijn rechtvaardigingen waarin de (on)juistheid van de handeling blijkt uit de kwaliteit (Q-waarde) van het (beoogde) resultaat of doel. De arts doet een ingreep om te voorkomen dat de patiënt overlijdt; een simpele teleologische rechtvaardiging.
  2. U hanteert deontologische argumenten; deze rechtvaardigingen zijn aan de orde waar het juiste of onjuiste van een handeling wordt afgeleid uit een in de handeling of context aanwezige waarde die in zichzelf goed geacht wordt. Iets doen of laten vanwege patiëntenrechten is bij uitstek een deontologische rechtvaardiging. Het gaat hierbij vooral om functionaliteit!
  3. U beseft dat beide typen rechtvaardigingen in de beroepsuitoefening voortdurend aan de orde zijn
  4. U weet dat een groot aantal dilemma's hun oorsprong vinden in botsingen tussen deontologische en teleologische rechtvaardiging, maar ook binnen de beide domeinen kan sprake zijn van een conflict.