4.1.01 Inleiding

Kennisleer of epistemologie omschrijft het ‘wat & hoe’ voor de wetenschap. Met behulp van kennisleer bepaalt de internationale gemeenschap niet alleen wat men tot het domein van wetenschap rekent, maar ook welke hiërarchie hierin bestaat. Bovenaan staan de natuurwetenschappen, wier uitspraken voor alles en iedereen altijd maatgevend zijn. Onderaan de toegepaste wetenschappen waarvan de resultaten en conclusies een sterk contextueel karakter hebben. En daar weer onder bungelen de kunsten, tegenwoordig in hun eigen aparte domein. Gemeenschappelijke factoren zijn het geven van inzicht en generalisatie. Waar kunst het individuele universeel inzichtelijk maakt, maakt wetenschap het universele individueel inzichtelijk. Gezien het verschil in positie is het generaliseren van particulier of individueel naar generiek (inductie) blijkbaar minder waardevol dan andersom (deductie). Wetenschap is pas echt wetenschap als het los staat van het subjectieve, het individuele, of zoals Claude Bernard het kernachtig formuleerde:  “Art is I, Science is We”. 
Kennisleer bepaalt niet alleen het karakter van het wetenschapsdomein, maar ook hoe men wetenschap dient te bedrijven; het levert de criteria en regels waaraan men als wetenschapper dient te voldoen. Zolang men binnen dit raamwerk blijft, kan men als wetenschapper voortvarend voortbouwen op bestaande fundamenten. Wie echter tot nog grotere hoogte wil stijgen dan de bestaande top, zal zo nu en dan ook de fundamenten moeten aanpassen. Een dergelijke paradigmashift (Kuhn, 1962) gaat niet zonder slag of stoot en dat is op zich maar goed ook. Iedere verandering in de fundamenten impliceert immers grote veranderingen in het bedrijf en de bedrijfsvoering.  Maar daarmee ontstaat tevens een paradox voor hen die wetenschap zien als ‘werken aan de grenzen van het weten’ (missie van de RUG).  Wie werkelijk grenzen wil verleggen, ontkomt er niet aan om nu en dan ook de fundamenten ter discussie te stellen en bij voorkeur ook te verleggen. 
Dit betoog wil daaraan bijdragen door het proces van kenniscreatie centraal te stellen vanuit het perspectief van ‘evolutionair denken’. Deze bijdrage begint met een korte historische schets van de (Westerse) kennisleer of epistemologie. Daarna staat de weg waarlangs fundamentele vindingen in de wetenschap tot stand komen centraal. In deze beschouwing van wetenschap in actie staan we uitgebreid stil bij het begrip menselijk kenapparaat en het nauw daaraan verwante fenomeeen cognitieve nis. Samen vormen deze begrippen namelijk het geheel van object en cognitieve vermogens waarmee we als mens de werkelijkheid, en dus ook onderdelen daarvan als kennisleer en evolutie begrijpen. Vervolgens staan we stil bij Darwin machines en memen als metaforen om wetenschappelijke vooruitgang te kunnen vergelijken met biologische verandering. Op basis van deze vergelijking worden tot slot enkele conclusies getrokken over de zin en onzin van wetenschapsbeleid. 
 
door met 2. Westerse epistemologie