5.07 Metaforen

Behalve de vonk als metafoor kan men ook andere metaforen voor creativiteit hanteren, zoals:

  1. De goddelijke ingeving; Wie spreekt over creativiteit als hoogste sport van de ladder van kenniscreatie, verwijst vaak naar het geniale, dat wat klassiek wordt en culturele sporen achterlaat. Al snel ontstaan daarbij mythische beelden. Volgens de Grieken en Romeinen komt het  briljante idee als een soort deus ex machina tot het genie. Of beter gezegd, tot de gewone mens die alleen een vehikel is voor het genie. De mens heeft daarmee een genie, een geest die hem helpt. Het idee van de mens die genie is, dateert pas van na de renaissance. De rest van de mensheid bekijkt het vervolgens welwillend en ‘ziet dat het goed is’. Het hoogste goed is als het ware een afspiegeling van het goddelijke scheppen: de gedachte alleen al leidt onmiddellijk tot realisatie.
  2. Idiot savant; genialiteit wordt veelvuldig geassocieerd met gekte of althans op zijn minst enige lichte vorm van psychopathologie als het Aspergersyndroom. De gedachte daarachter is dat een beperking in het algemeen mentaal functioneren gepaard gaat met een bovenmatige concentratie van intelligentie op een bepaald onderdeel. Hoewel deze mensen inderdaad soms tot opmerkelijk gedrag in staat zijn, is van creativiteit niet of nauwelijks sprake. Vaak gaat het juist om het oneindig kunnen kopiëren, terughalen etc. van bestaande informatie.    
  3. Intuitie; iets algemeen menselijker van aard dan de goddelijke ingeving of de psychopathologische benadering is het fenomeen intuïtie. Hieronder verstaat men een soort ‘weten zonder dat men weet hoe met het weet’. Parahoo (2006) spreekt over ‘knowing, not based on rational reasoning’. Intuïtie kan men ook zien als een soort spiegelbeeldige twijfel; men weet dat iets klopt, maar kan er (nog) niet precies de vinger op leggen.  
  4. Cognitief orgasme; hoewel sommigen vooral het intuïtieve karakter van de laatste stap benadrukken, wordt in dit kader ook wel een andersoortige romantische metafoor gebruikt, die van het cognitieve orgasme. Na preparatie in de vorm van lang zoeken (vergelijk Masters & Johnson’s fase van het verlangen) en incubatie of mentaal sudderen (opwindings- en plateaufase), komt men al of niet onder het roepen van Eureka tot de ontladende illuminatie (orgasmefase). Daarna gaat men mentaal bevredigd weer over tot de orde van de dag (herstelfase), waarna de cyclus zich kan herhalen. Centraal staat het idee dat men om een hoogtepunt te bereiken juist moet kunnen loslaten. Onderzoek bevestigt dit bipolaire patroon. De klassieke genieën in kunst en wetenschap zijn volgens Erikson (ref.) mentaal gezien harde, om niet te zeggen bezeten werkers. Maar met hard werken en het verzetten van veel denkwerk vallen doorbraken nog niet af te dwingen. Waar het om gaat is dat de obsessieve denker zichzelf op een bepaald moment kan distantiëren van zijn eigen (oude) denken en daarmee ruimte creëert om vervolgens spontaan emergente gedachten toe te laten. En niet alleen toe te laten, maar ook te erkennen als van groot belang. De kreet “Eureka!” wordt vooral uitgesproken op andere plaatsen dan de ‘werkplek’ en niet voor niets gevolgd door een uitroepteken. Kortom, kenniscreatie kent op het hoogste niveau een paradoxaal karakter: het gaat om vasthoudend loslaten! 
  5. Serendipiteit; Een variant die nog dichter bij de dagelijkse realiteit van het leven staat, is serendipiteit. Men is druk op zoek naar A en vindt totaal onverwacht het zelfs nog mooiere B. Bekende voorbeelden van dit zoeken naar een speld in een hooimijt en eruit rollen met een boerenmeid (Pek van Andel) zijn Flemming’s ontdekking van penicilline en Rontgen’s ontdekking van straling. 
  6. Iteratieve emergentie; De minst romantische benadering is dat uit fase x van het kenniscreatieproces op een bepaald moment min of meer vanzelf fase x+1 emergeert. In ons brein wordt blijkbaar een nieuwe verbinding gelegd tussen bepaalde (netwerken van) hersencellen en opeens begrijpen we voorheen onsamenhangende informatie. Net zoals we uit het zien van iemands ogen, neus en mond opeens die iemand als persoon herkennen, kunnen we op die manier synthetische kennis bewust toepassen, terwijl we daarvoor nog maar net begrepen waar het überhaupt over ging. Uiteindelijk zijn we zelfs soms in staat om alle voorgaande kennis los te laten en het wonder van emergentie op het hoogste niveau te laten voltrekken. Hoe dit mechanisme werkt is echter onbekend. 

Verder met 8. Polariteit; geen aantrekking, maar lijm (gravitatie → gluonen)