5.09 Inverse vondst

Als een nieuwe gedachte het voorkomen is van 'onmiddellijke oude vondsten', is creativiteit dus te zien als inverse vindkunde. Binnen deze vindkunde, moeten dan nog wel een paar vragen worden beantwoord: 
a. hoe ontstaat polariteit: rivaliserende waarden en nabijheidsrelaties
b. hoe vindt selectie/impulscontrole plaats: omgekeerde spanningspotentiaal en nabijheidsrelaties

Synthese is bij jonge kinderen een proces dat vanzelf verloopt en hen ook in problemen kan brengen bijv. doordat ze (al te) magisch denken. Langzaam maar zeker neemt dit vermogen af ten gunste van logisch denken onder invloed van wat Freud 'reality testing' noemde en waarvan Einstein het belang relativeerde:  Logic brings us far; fantasy brings us everywhere! 

Hoe kan het dat een buitengewone relatie wordt gelegd en vaak zelf een reeds bestaande stimulus-responsrelatie wordt overruled? Gezien het associatieve karakter van ons brein en conform de vonkmetafoor (maar dan nu in bougievorm) kan men ook in mentale zin denken aan het begrip nabijheid. Bij de bougie is het essentieel dat er afstand is tussen de polen, maar de vonk kiest altijd de kortste route i.c de weg van de minste weerstand. Er moet dus sprake zijn van een soort mentale sluiproute.

Een model dat inzichtelijk maakt hoe in termen van nabijheidrelaties het mogelijk is dat er sprake is van polariteit en dat er een kortere route kan ontstaan dan de logische (en dus normaal gesproken kortste) route is de dubbele helix.

Door met 10. Dubbele helix van waardenparen