1.7.3.5 Organisch

Men kan organisaties bekijken als organismen, levende wezens die zich in een bepaald leefmillieu proberen te handhaven. Dit kader omvat elementen van alle andere kaders en vraagt om het leggen van accenten. 

Hoe doe ik dat?
  1. U ziet organisaties als een wereld van mensen die met elkaar praten, werken, interacteren, experimenteren, exploreren en zo al doende betekenis geven aan de werkelijkheid waarin ze leven en werken
  2. U pleegt interventies in termen van 'sociale architectuur'
  3. U gaat er van uit dat er sprake is van een gelaagde en meervoudige werkelijkheid waarin gewerkt en eventueel veranderd wordt
  4. U ziet veranderen als een collectieve actie van mensen die als zodanig dan ook slechts beperkt maakbaar is
  5. U focust op processen van zingeving, betekenisgeving, interactie en inspiratie
  6. U gaat uit van een positief mensbeeld d.w.z. het besef dat mensen willen groeien en zich ontwikkelen en zelf verantwoordelijk willen zijn voor hun werk en leven
  7. U hanteert het uitgangspunt dat mensen in staat zijn om te leren van hun ervaringen en kunnen omgaan met verschillen.
  8. U ziet veranderen als een continue activiteit op lokale niveaus, waar mensen met elkaar omgaan en zin geven aan hun eigen sociale realiteit.