1.1 Context

Onder de context verstaat men het grotere, betekenisgevende kader waarbinnen men organiseren vormgeeft. De organisatorische context is het geheel van dimensies waarmee men aangeeft wat de kenmerken van een organisatie zijn. 

Hoe doe ik dat?

  1. U houdt rekening met de omvang of schaalgrootte
  2. U bent bekend met de kennis, organisatorische acties en technieken waarmee de input in output wordt omgezet, u kent de technologie 
  3. U bent zich bewust van alle elementen buiten de grenzen van de organisatie, u kent uw omgeving
  4. U formuleert hoe uw specifieke context zich verhoudt tot uw manier van organiseren (zie ook: ELO-Denkhulp: Context).